Brouwerij Broers

Informatienota over de aanbieding van de mogelijkheid tot inschrijving op een Winwinlening aan te gaan door Brouwerij Broers Comm. V.

Informatienota over de aanbieding van de mogelijkheid tot inschrijving op een Winwinlening aan te gaan door Brouwerij Broers Comm. V.

Dit document is opgesteld door Comm. V. Brouwerij Broers ( de Emittent).

DIT DOCUMENT IS GEEN PROSPECTUS EN WERD NIET GECONTROLEERD NOCH GOEDGEKEURD DOOR DE AUTORITEIT VOOR FINANCIËLE DIENSTEN EN MARKTEN (FSMA)

10/04/2019

WAARSCHUWING: DE BELEGGER LOOPT HET RISICO ZIJN BELEGGING VOLLEDIG OF GEDEELTELIJK TE VERLIEZEN EN/OF HET VERWACHTE RENDEMENT NIET TE BEHALEN.

DE BELEGGINGSINSTRUMENTEN ZIJN NIET GENOTEERD: DE BELEGGER LOOPT HET RISICO GROTE PROBLEMEN TE ONDERVINDEN OM ZIJN POSITIE AAN EEN DERDE TE VERKOPEN INDIEN HIJ DIT ZOU WENSEN.

Deel I –  Belangrijkste risico’s die inherent zijn aan de uitgevende instelling en de aangeboden beleggingsinstrumenten, en die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding

Beschrijving van de risico’s die specifiek zijn voor de betrokken aanbieding, en hun potentiële impact op de uitgevende instelling, de eventuele garant, het eventuele onderliggende actief en de beleggers.

Belegging onder de vorm van een achtergestelde lening

Een belegging onder de vorm van een achtergestelde lening houdt bepaalde risico’s in. Hierna worden enkele van de voornaamste risico’s aangeduid, zonder evenwel uitputtend te zijn.

Risico op geheel of gedeeltelijk verlies van de belegging of niet behalen van verwacht rendement: Door een leningsovereenkomst te sluiten met de Emittent lenen beleggers gelden aan de Emittent. De Emittent verbindt zich tot de betaling van rente op jaarlijkse basis en tot terugbetaling van de hoofdsom op de vervaldag. In geval van faillissement of het in gebreke blijven van de Emittent, is het echter mogelijk dat beleggers de bedragen waarop zij aanspraak maken niet kunnen recupereren. Zij lopen dus het risico hun belegging gedeeltelijk of volledig te verliezen en/of het verwachte rendement niet behalen.

Het vermogen van de Emittent om terug te betalen kan beperkt zijn: Het vermogen van de Emittent om de lening terug te betalen zal afhangen van de financiële toestand van de Emittent op het moment van de gevraagde terugbetaling, en kan worden beperkt bij wet, door de voorwaarden van schulden en door de overeenkomsten die de Emittent is aangegaan op of vóór die datum en die de bestaande of toekomstige schuldverbintenissen kunnen vervangen, aanvullen of wijzigen. De voorwaarden van de lening zullen niet voorzien in een beperking voor de Emittent om bijkomende schulden aan te gaan. Indien de Emittent in de toekomst een belangrijke bijkomende schuldenlast aangaat, dan kan dit het risico op niet-terugbetaling van de lening door de Emittent verhogen.

Achtergestelde lening zonder zekerheden: De verbintenissen van de Emittent ingevolge de leningsovereenkomst zullen achtergesteld zijn zowel ten aanzien van al de bestaande als van alle toekomstige schulden van de Emittent. Deze achterstelling geldt enkel voor de hoofdsom en niet van de interesten. Dit verhoogt het risico voor de belegger op het geheel of gedeeltelijk verlies van zijn belegging. Immers, de beleggers zullen slechts worden terugbetaald nadat alle gewone, niet-achtergestelde schuldeisers van de Emittent zijn voldaan. De beleggers genieten overigens niet van zekerheden die enige voorrang verlenen aan de beleggers ten aanzien van andere schuldeisers. De terugbetaling van de lening wordt niet gegarandeerd door een derde partij (met dien verstande dat de belegger, mits aan bepaalde strikte voorwaarden is voldaan, kan genieten van een eenmalig belastingkrediet indien de kredietnemer (Emittent) een deel of het geheel van de Winwinlening niet kan terugbetalen; zie hieronder “Eenmalig belastingkrediet” voor verdere uitleg in dit verband.

Beperkte gevallen van vervroegde opeisbaarheid: Slechts in een beperkt aantal gevallen omschreven in de overeenkomst en het Winwinleningdecreet (zoals hierna gedefinieerd) (onder meer faillissement, kennelijk onvermogen, of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening van de Emittent of in geval van een achterstand van meer dan drie maanden in de betaling van de aflossingen van de hoofdsom of de interesten van de Winwinlening) zal de belegger de toegestane lening vervroegd opeisbaar kunnen verklaren. De gevallen van vervroegde opeisbaarheid omvatten dus niet alle mogelijke gevallen van vermindering van de kredietwaardigheid van de Emittent. Dit verhoogt het risico dat andere kredietgevers eerst worden betaald en de beleggers hun volledige inleg niet kunnen terugkrijgen.

Vervroegde terugbetaling: De aangeboden lening kan vervroegd worden terugbetaald door de Emittent door een eenmalige storting van het openstaande saldo in hoofdsom en interest. In geval van een vervroegde terugbetaling door de Emittent zijn er geen bijkomende kosten of vergoedingen verschuldigd door de Emittent aan de belegger. Er is dus geen verbrekingsvergoeding, wederbeleggingsvergoeding of andere gelijkaardige vergoeding verschuldigd. In geval van een vervroegde terugbetaling van de lening, is het mogelijk dat de belegger niet in staat zal zijn om het terugbetaalde bedrag te herinvesteren aan een rendement dat vergelijkbaar is met het rendement dat overeenkomt met het rendement van de verstrekte lening.

Inflatierisico en renterisico: Het inflatierisico houdt verband met de toekomstige waarde van geld. Het eigenlijk rendement van een investering in de lening wordt verminderd door inflatie. Hoe hoger de inflatievoet, hoe lager het eigenlijke rendement van de lening zal zijn. Indien de inflatievoet gelijk is aan over hoger dan de nominale opbrengst van de lening, dan is het eigenlijke rendement gelijk aan nul, of zal het eigenlijke rendement zelfs negatief zijn. Een belegging in de lening met een vaste interestvoet gaat gepaard met het risico dat latere wijzigingen in de marktrente een ongunstige invloed hebben op het rendement van de belegging ten aanzien van andere mogelijke beleggingen die beschikbaar zijn op de markt.

Geen verhandelbaarheid: De beleggers zullen de rechten die zij hebben uit hoofde van de leningsovereenkomst niet aan derde partijen kunnen overdragen. Aldus is hun belegging geen liquide, verhandelbare belegging.

Winwinlening en fiscaliteit: De voorgestelde belegging is een belegging onder de vorm van een “Winwinlening” die voldoet aan de voorwaarden van het Winwinleningdecreet. Hieraan zijn bepaalde fiscale voordelen verbonden. De beleggers moeten zich er echter van bewust van zijn dat de niet-naleving van de voorwaarden en strikte formaliteiten van het Winwinleningdecreet kunnen leiden tot het verlies van deze fiscale voordelen in hoofde van de belegger. De belegger moet zich verder informeren over zijn of haar eigen fiscale toestand en rekening houden met het gegeven dat toekomstige wijzigingen van de fiscale regels een eventuele negatieve impact kunnen hebben op het rendement van zijn of haar beleggingen.

 

Deel II – Informatie over de uitgevende instelling en de aanbieder van de beleggingsinstrumenten

A.     Identiteit van de uitgevende instelling

1.     Maatschappelijke zetel, rechtsvorm, ondernemingsnummer of gelijkwaardig nummer, land van herkomst, en, in voorkomend geval, webadres van de uitgevende instelling

De uitgevende instelling (hierna ook aangeduid als de Emittent) van de beleggingsinstrumenten is Brouwerij Broers, een Gewone Commanditaire Vennootschap met maatschappelijke zetel te Overslag 56, 9185 Wachtebeke, ingeschreven bij de Kruispuntbank voor ondernemingen onder het nummer 540.750.353, met BTW nummer BE540.750.353. Het land van herkomst van de Emittent is België. Het webadres van de Emittent is www.brouwerijbroers.be

2.     Beschrijving van de activiteiten van de uitgevende instelling

Brouwerij Broers is een micro-brouwerij die naast twee vaste bieren ook tijdelijke speciaalbieren vervaardigd. Naast deze hoofdactiviteit verhuren ze ook hun overschot aan capaciteit aan andere hobbybrouwers.

3.     Voor zover die informatie bekend is bij de uitgevende instelling of de aanbieder, identiteit van de personen die meer dan 5% van het kapitaal van de uitgevende instelling in bezit hebben, en omvang (uitgedrukt als percentage van het kapitaal) van de deelnemingen in hun bezit).

Aandeelhouders:

-Bram Bossuyt:33.25% van de aandelen.

-Ruben Laureys: 33.50% van de aandelen

-Stille vennoot: 33.25% van de aandelen.

4.     In verband met de verrichtingen tussen de uitgevende instelling en de sub 3° bedoelde personen en/of andere verbonden partijen dan aandeelhouders, voor de twee laatste boekjaren en het lopend boekjaar:

–        de aard en omvang van alle transacties die, afzonderlijk of samen, van wezenlijk belang zijn voor de uitgevende instelling. Wanneer de transacties niet op marktconforme wijze zijn afgesloten, wordt uitgelegd waarom. Voor uitstaande leningen, met inbegrip van garanties van ongeacht welke vorm, wordt het uitstaande bedrag vermeld;

–        het bedrag of het percentage dat de betrokken transacties in de omzet van de uitgevende instelling vertegenwoordigen;

–        of een passende negatieve verklaring.

Rekening courant passief op 31/12:

–        Ruben Laureys: 2.442,4 EUR

–        Bram Bossuyt: 489,89 EUR

–        Piet Laureys: 100 EUR

 

5.     Identiteit van de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de uitgevende instelling (vermelding van       de      permanente vertegenwoordigers in het geval van bestuurders of leiders die rechtspersonen zijn), de leden van het directiecomité en de leden van de organen belast met het dagelijks bestuur

-Bram Bossuyt – Zaakvoerder

-Thomas Laureys – Zaakvoerder

-Ruben Laureys – Zaakvoerder

 

6.     Met betrekking tot het laatste volledige boekjaar, totaalbedrag van de bezoldigingen van de sub 5° bedoelde personen, en totaalbedrag van de door de uitgevende instelling of haar dochterondernemingen gereserveerde of toegerekende bedragen voor de betaling van pensioenen of soortgelijke uitkeringen, of een passende negatieve verklaring

Er werd tot op vandaag nog geen bezoldiging uitgekeerd.

 

 

7.     Voor de sub 4° bedoelde personen, vermelding van elke veroordeling als bedoeld in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, of een passende negatieve verklaring

De sub 4° bedoelde personen hebben geen enkele veroordeling (zoals bedoeld in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en toezicht op de kredietinstellingen en beursvennootschappen) opgelopen.

8.     Beschrijving van de belangenconflicten tussen de uitgevende instelling en de sub 3° tot   5° bedoelde personen, of een passende negatieve verklaring

Er zijn geen belangenconflicten tussen de Emittent en de sub 3° tot 5° bedoelde personen.

9.     In voorkomend geval, identiteit van de commissaris

Niet van toepassing.

B.     Financiële informatie over de uitgevende instelling

1.     Voor zover de uitgevende instelling op dat ogenblik al actief was, haar jaarrekening van de laatste twee boekjaren, in voorkomend geval geauditeerd volgens de wet van 13, §§1 of 2, 1°, van de Prospectuswet

De Emittent is een gewone commanditaire vennootschap opgericht op 14 augustus 2013. Er zijn dus geen jaarrekeningen gepubliceerd. Ter informatie is de definitieve jaarrekening van 2018 in bijlage aangehecht.

 

2.     Verklaring door de uitgevende instelling dat het werkkapitaal naar haar oordeel toereikend is om aan haar behoeften voor de volgende twaalf maanden te voldoen of, indien dit niet het geval is, hoe zij in het benodigde extra werkkapitaal denkt te voorzien

Naar het oordeel van de Emittent is bijkomend werkkapitaal nodig om haar behoeften voor de volgende twaalf maanden te voldoen. De behoefte aan extra werkkapitaal wordt geschat 60.000 EUR te bedragen. De Emittent voorziet in het benodigde extra werkkapitaal te voorzien via Winwinleningen.

 

3.     Overzicht van het eigen vermogen en de schuldenlast (met specificatie van de schulden met en zonder garantie en van de door zekerheid en niet door zekerheid gedekte schulden) van uiterlijk 90 dagen vóór de datum van het document.

Eigen vermogen

 7.823,02 EUR

Schulden met garantie

 [●] EUR

Winwinlening

 

Winwinlening met terugbetaling op einde looptijd ten bedrage van 10.000 EUR. Terugbetaling op 31/01/2025.

Investeringskrediet

Initieel ten bedrage van 30.000 EUR met een resterend saldo van

[X] EUR

Schulden niet door zekerheden gedekt

 [●] EUR

4.     Beschrijving van elke wijziging van betekenis in de financiële of handelspositie die zich heeft voorgedaan na het einde van het laatste boekjaar waarop de sub 1° hierboven bedoelde jaarrekening betrekking heeft, of een passende negatieve verklaring.

Er heeft zich heeft zich geen wijziging van betekenis voorgedaan in de financiële of handelspositie na het einde van het laatste boekjaar 2018.

C.     Uitsluitend wanneer de aanbieder en de uitgevende instelling verschillende personen zijn: identiteit van de aanbieder

1.     Maatschappelijke zetel, rechtsvorm, ondernemingsnummer of gelijkwaardig nummer, land van herkomst, en, in voorkomend geval, webadres van de aanbieder

Niet van toepassing.

2.     Beschrijving van de eventuele relatie tussen de aanbieder en de uitgevende instelling

Niet van toepassing.

D.    Uitsluitend wanneer de aangeboden beleggingsinstrumenten een onderliggend actief hebben: beschrijving van het onderliggend actief

1.     Beschrijving van het onderliggend actief

Niet van toepassing.

2.     Indien het onderliggend actief van de aangeboden beleggingsinstrumenten een onderneming is, de sub A en B hierboven vermelde informatie over die onderneming

Niet van toepassing.

Deel III – Informatie over de aanbieding van beleggingsinstrumenten

A.     Beschrijving van de aanbieding

1.     Het maximumbedrag waarvoor de aanbieding wordt verricht

Het maximumbedrag waarvoor de aanbieding wordt verricht bedraagt EUR 60.000

2.     Voorwaarden van de aanbieding

Het minimum inschrijvingsbedrag bedraagt EUR 5.000.

Er is geen maximum inschrijvingsbedrag per belegger, met dien verstande dat (i) een belegger niet kan inschrijven voor een bedrag dat hoger is dan het maximale bedrag van de aanbieding en (ii) het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van één of meer Winwinleningen aan een of meer kredietnemers (Emittenten) uitgeleend of ter beschikking gesteld wordt, ten hoogste EUR 50.000 bedraagt per kredietgever-belegger.

De belegger moet voldoen aan de voorwaarden van het Decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening (het Winwinleningdecreet) om te kunnen inschrijven. Op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt, moet de belegger (kredietgever) voldoen aan de volgende voorwaarden: (1) de belegger is een natuurlijk persoon die de Winwinlening sluit buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten; (2) de belegger is geen werknemer van de Emittent; (3) als de Emittent een zelfstandige is, dan kan de kredietgever niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner van de kredietnemer zijn; en (4) als de Emittent een rechtspersoon is, kan de belegger geen aandeelhouder zijn van die rechtspersoon, noch benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of in een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon. Evenmin mag de echtgenoot of echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de belegger aandeelhouder zijn of benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of in een vergelijkbaar mandaat binnen de rechtspersoon die Emittent is. Gedurende de hele looptijd van de Winwinlening kan de belegger geen kredietnemer zijn bij een andere Winwinlening.

Jaarlijks belastingkrediet

Indien voldaan aan de volgende voorwaarden heeft de belegger recht op een jaarlijks belastingkrediet overeenkomstig artikel 8 van het Winwinleningdecreet:

§1. Als de kredietgever onderworpen is aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet, wordt in zijn voordeel een belastingkrediet toegekend.

§2. Het belastingkrediet wordt berekend op basis van de bedragen die de kredietgever uitgeleend of ter beschikking gesteld heeft in het kader van een of meer Winwinleningen.

§3. Het rekenkundig gemiddelde van alle uitgeleende of ter beschikking gestelde bedragen op 1 januari en 31 december van het belastbare tijdperk wordt als berekeningsgrondslag van het belastingkrediet genomen. Die berekeningsgrondslag bedraagt ten hoogste 50.000 euro per belastingplichtige.

§4. Het belastingkrediet bedraagt 2,5 percent van de grondslag, vermeld in § 3.

§5. Het belastingkrediet wordt toegestaan voor de looptijd van de Winwinlening, te beginnen met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening werd gesloten. Het belastingkrediet wordt alleen verleend, als de kredietgever per aanslagjaar conform artikel 7 van het Winwinleningdecreet, eerste en tweede lid, het bewijs ter beschikking houdt van de federale belastingadministratie. Het fiscale voordeel wordt ontzegd voor het aanslagjaar waarvoor de bewijslevering ontbreekt, niet correct is, of onvolledig is. Er is geen mogelijkheid tot overdracht van het gederfde fiscale voordeel naar volgende aanslagjaren. Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de kredietgever de Winwinlening vervroegd opeisbaar heeft gesteld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2 van het Winwinleningdecreet, of waarin de kredietgever overleden is. Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden.

Eenmalig belastingkrediet

Indien voldaan aan de voorwaarden heeft de belegger recht op een jaarlijks belastingkrediet overeenkomstig artikel 9 van het WinWinleningdecreet:

§1. Aan de kredietgever wordt een eenmalig belastingkrediet onder de volgende voorwaarden toegekend:

a) tijdens of binnen maximaal zes maanden na de looptijd van de lening doet zich een van de gevallen, vermeld in artikel 4, § 2, 1° van het Winwinleningdecreet, voor;

b) de kredietnemer kan een deel of het geheel van de Winwinlening niet terugbetalen;

c) de kredietgever is onderworpen aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet;

d) de kredietgever heeft de Winwinlening opeisbaar gesteld.

§2. Het bedrag van de hoofdsom dat tijdens het belastbaar tijdperk definitief verloren is gegaan, wordt genomen als berekeningsgrondslag van het eenmalig belastingkrediet.

§3. De grondslag, vermeld in § 2, bedraagt ten hoogste 50.000 euro.

§4. Het eenmalig belastingkrediet bedraagt 30 percent van de grondslag, vermeld in §2.

§5. Het eenmalig belastingkrediet wordt toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin vaststaat dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is.   De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop bewezen moet worden dat wegens faillissement, kennelijk onvermogen of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is.   Het recht op het eenmalig belastingkrediet wordt bij overlijden van de kredietgever overgedragen aan zijn rechtverkrijgenden. In dat geval zijn de bepalingen van het artikel 9 van toepassing op de rechtverkrijgenden in de verhouding dat zij de Winwinlening hebben verkregen. Het eenmalig belastingkrediet wordt niet toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden.

3.     Totaalprijs van de aangeboden beleggingsinstrumenten

De Emittent wenst leningen aan te gaan voor een maximaal bedrag van 60.000 EUR.

4.     Tijdschema van de aanbieding

·       Inschrijvingsperiode: van 10/04/2019 tot 10/06/2019.

·       Uitgiftedatum: datum van afsluiten van de winwinlening.

5.     Kosten ten laste van de belegger

Er zijn geen kosten ten laste van de belegger.

B.     Redenen voor de aanbieding

1.     Beschrijving van het vooropgestelde gebruik van de ingezamelde bedragen

Om haar groeiplannen te realiseren is Brouwerij Broers Comm. V. op zoek naar bijkomende financiering voor de uitbreiding van haar activiteiten:

 

·     De Emittent wenst haar eerste stappen richting automatisatie te doen. Om dit te realiseren wenst de emittent een bottel- en etiketteermachine aan te kopen.

·     Daarnaast wensen ze hun productie op te drijven door de aankoop van 2 extra brouwketels.

·     Als gevolg van opgedreven capaciteit, moet de emittent grotere voorraden voorfinancieren om deze verhoogde productie te kunnen leveren.

·     Tot slot wenst de emittent te investeren in zijn zichtbaarheid en afzet door verhoogde marketing-inspanningen.

 

2.     Details van de financiering van de belegging of van het project dat de aanbieding tot doel heeft te verwezenlijken; vermelding of het bedrag van de aanbieding al dan niet toereikend is voor de verwezenlijking van de vooropgestelde belegging of het vooropgestelde project

De middelen die de Emittent wenst op te halen zullen worden aangewend om haar groeiplannen te realiseren.  Brouwerij Broers Comm. V. is op zoek naar bijkomende financiering voor de uitbreiding en automatisatie van haar activiteiten.

·     De Emittent wenst haar eerste stappen richting automatisatie te doen. Om dit te realiseren wenst de emittent een bottel- en etiketteermachine aan te kopen.

·     Daarnaast wensen ze hun productie op te drijven door de aankoop van 2 extra brouwketels.

·     Als gevolg van opgedreven capaciteit, moet de emittent grotere voorraden voorfinancieren om deze verhoogde productie te kunnen leveren.

·     Tot slot wenst de emittent te investeren in zijn zichtbaarheid en afzet door verhoogde marketing-inspanningen.

Het bedrag van de aanbieding zal toereikend zijn voor de financiering van het vooropgestelde project.

3.     In voorkomend geval, andere financieringsbronnen voor de verwezenlijking van de vooropgestelde belegging of het vooropgestelde project

Niet van toepassing.

Deel IV – Informatie over de aangeboden beleggingsinstrumenten

A.     Kenmerken van de aangeboden beleggingsinstrumenten

1.     Aard en categorie van de beleggingsinstrumenten

Het beleggingsinstrument is een investering door een gestandaardiseerde leningsovereenkomst. Het beleggingsinstrument dat wordt aangeboden is een investering door middel van een “winwinlening”. Dit is een lening die voldoet aan de voorwaarden en de voorschriften van het Winwinleningdecreet.

2.     Munt, benaming en, in voorkomend geval, de nominale waarde

Euro, gestandaardiseerde leningsovereenkomst, waarvan de nominale waarde gelijk is aan het bedrag waarvoor de Kredietgever heeft ingeschreven. Het beleggingsinstrument wordt aangeduid als een “Winwinlening”.

3.     Vervaldatum, en, in voorkomend geval, terugbetalingsmodaliteiten

·       Hoofdsom: de hoofdsom van de Winwinlening is het bedrag waarvoor de belegger inschrijft en aanvaardt de lening in hoofdsom toe te kennen.

·       Duurtijd: De Winwinlening heeft een looptijd van 8 jaar. Deze looptijd kan niet worden verlengd.

·       Vervaldatum: 8 jaar na ondertekening van de Winwinlening.

·       Terugbetalingsmodaliteiten: de Emittent verbindt zich er toe om de hoofdsom jaarlijks constant terug te betalen over een looptijd van 8 jaar (behoudens de gevallen van vervroegde terugbetaling of vervroegde opeisbaarheid, zoals hierna omschreven). De interesten zijn jaarlijks betaalbaar overeenkomstig de aflossingstabel zoals zal aangehecht worden aan de leningsakte.

·       Vervroegde terugbetaling: de lening kan vervroegd worden terugbetaald door de Emittent door een eenmalige storting van het openstaande saldo in hoofdsom en interest. In geval van een vervroegde terugbetaling door de Emittent zijn er geen bijkomende kosten of vergoedingen verschuldigd door de Emittent aan de belegger. Er is dus geen verbrekingsvergoeding, wederbeleggingsvergoeding of andere gelijkaardige vergoeding verschuldigd. In geval van vervroegde terugbetaling van de Winwinlening verbindt de belegger er zich toe om de bij besluit van de Vlaamse Regering aangewezen instantie (momenteel de NV Waarborgbeheer) daarvan op de hoogte te brengen. De toepasselijke regels inzake vervroegde terugbetaling moeten worden nageleefd.

·       Vervroegde opeisbaarheid: de belegger kan op eerste verzoek de Winwinlening vervroegd opeisbaar stellen bij de Emittent in de volgende gevallen: (1) in geval van faillissement, kennelijk onvermogen, of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening van de Emittent; (2) als de Emittent een zelfstandige is, in geval hij zijn activiteit vrijwillig stopzet of overdraagt;(3) als de Emittent een rechtspersoon is, ingeval die rechtspersoon onder voorlopig bewindvoerder geplaatst wordt, of (4) in geval van een achterstand van meer dan drie maanden in de betaling van de aflossingen van de hoofdsom of de interesten van de Winwinlening; (5) in geval van schrapping van ambtswege, wegens het niet naleven door de Emittent van de voorwaarden van dit decreet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Als de Emittent een zelfstandige is, kan de belegger, in geval van overlijden van de Emittent, de Winwinlening op eerste verzoek vervroegd opeisbaar stellen bij de wettelijke erfgenamen van de kredietnemer.

4.     Rang van de beleggingsinstrumenten in de kapitaalstructuur van de uitgevende instelling bij insolventie

De verbintenissen van de Emittent ingevolge de Winwinlening-kredietovereenkomst zijn achtergesteld zowel ten aanzien van al de bestaande als van alle toekomstige schulden van de Emittent, zoals hierna verder in meer detail bepaald.

De belegger zal worden geacht hiermee onvoorwaardelijk akkoord te gaan door zijn verzoek om de leningsakte als Winwinlening te laten registreren in het Winwinleningenregister. De achterstelling geldt enkel voor de hoofdsom en geldt niet voor de interesten.

Ingevolge de achterstelling zal de belegger in de hypothese van samenloop voor het einde van de duurtijd van de Winwinlening, pari passu behandeld worden met de andere achtergestelde schuldeisers, als die er zijn, en, met name zonder daartoe beperkt te zijn, met alle andere schuldeisers die met dezelfde Emittent een Winwinlening hebben gesloten, ongeacht of dergelijke Winwinleningen vóór of na het sluiten van de Winwinlening tussen de kredietgever en de kredietnemer zijn ontstaan.

5.     Eventuele beperkingen op de vrije overdracht van de beleggingsinstrumenten

Behalve in de gevallen vermeld in het Winwinleningdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan (met inbegrip van alle latere wijziging ervan) kunnen de rechten en verplichtingen ingevolge de WinWinlening-kredietovereenkomst niet geheel of gedeeltelijk worden overgedragen aan derde partijen.

6.     In voorkomend geval, de jaarlijkse rentevoet en, in voorkomend geval, wijze waarop de toepasselijke rentevoet wordt bepaald indien de rentevoet niet vast is

De rentevoet is vast.

De vaste rentevoet bedraagt 2% op jaarbasis.

De vervaldatum van de interest is jaarlijks.

De rentevoet is bruto. De Emittent moet van die bedragen nog roerende voorheffing inhouden en overmaken aan de fiscale dienst van de roerende voorheffing overeenkomstig de geldende fiscale regels.

7.     In voorkomend geval, dividendbeleid

Niet van toepassing.

8.     Datums waarop de rente of het dividend wordt uitgekeerd

De interestbetalingsdata worden vastgelegd in de aflossingstabel die zal worden aangehecht aan de leningsakte (die zal worden afgesloten tussen de belegger en de Emittent).

9.     In voorkomend geval, verhandeling van de beleggingsinstrumenten op een MTF en ISIN Code

Niet van toepassing.

B.     Uitsluitend in het geval waarin door een derde een garantie wordt toegekend in verband met de beleggingsinstrumenten: beschrijving van de garant en van de garantie

1.     Informatie vermeld in deel II, punten A en B over de garant

Niet van toepassing. Er is geen derde partij die een garantie toekent in verband met de beleggingsinstrumenten.

2.     Korte samenvatting van de draagwijdte en de aard van de garantie

Niet van toepassing.

C.     In voorkomend geval, bijkomende informatie voorgelegd door de markt waar de beleggingsinstrumenten toegelaten zijn.

In voorkomend geval, bijkomende informatie voorgelegd door de markt waar de beleggingsinstrumenten toegelaten zijn.

Niet van toepassing.

Deel V – Alle belangrijke informatie die mondeling of schriftelijk aan één of meer beleggers wordt gericht

1.     Beschrijving

Publieke campagne informatie beschikbaar via https://www.winwinner.be/kmo/brouwerij-broers

 

 

 

Bijlage

Voor zover de uitgevende instelling op dat moment al actief was, haar jaarrekening van de laatste twee boekjaren, alsook, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 13, §§1 of 2, 1°, van de wet van 11 juli 2018, het verslag van commissarissen[1].

Bijkomende verklaringen

Dit document is opgesteld door de Emittent als een informatienota voor doeleinden van de Wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (de Prospectuswet).

Deze informatienota is gepubliceerd overeenkomstig de Prospectuswet en aldus beschikbaar op https://www.brouwerijbroers.be/ op 10/04/2019 (i.e. de aanvangsdatum van de aanbieding). Overeenkomstig artikel 17 van de Prospectuswet hebben de beleggers moet de mogelijkheid om kosteloos een kopie van deze informatienota in gedrukte vorm dan wel op een duurzame drager te verkrijgen. Hiervoor kunnen zij een verzoek richten naar info@winwinner.be.

De Emittent neemt aansprakelijkheid op zich voor de inhoud van deze informatienota. Er zijn geen andere partijen die aansprakelijkheid op zich hebben genomen voor deze informatienota. De Emittent neemt uitsluitend aansprakelijkheid op zich voor deze informatienota en de informatie vermeld onder Deel V.1 van deze informatienota. De Emittent neemt geen aansprakelijkheid op zich voor eventuele andere informatie die zou verspreid zijn of worden aangaande Emittent en de aanbieding van de beleggingsinstrumenten, behoudens een specifiek uitdrukkelijk en schriftelijk andersluidend beding.

De informatie opgenomen in de informatienota is informatie die correct is op basis van de informatie waarover de Emittent beschikt op datum van de informatienota. Elke met de informatie in de informatienota verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten, en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van de beschikbaarstelling van de informatienota conform artikel 17 van Prospectuswet (i.e. de publicatie op de website van Brouwerij Broers Comm. V .)en de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek, wordt in een aanvulling op de informatienota vermeld. De aanvulling wordt ter beschikking gesteld van het publiek conform de bepalingen van artikel 17 van de Prospectuswet (i.e. door een publicatie op de website van Brouwerij Broers Comm. V.) In geval van een aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek hebben de beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling op de beleggingsinstrumenten in te schrijven, het recht om hun aanvaarding gedurende twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken, op voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde nieuwe ontwikkeling, vergissing of onjuistheid zich heeft voorgedaan vóór de definitieve afsluiting van de aanbieding aan het publiek en vóór de levering van de beleggingsinstrumenten (door het afsluiten van de leningsovereenkomst), naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan worden verlengd door de Emittent. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt vermeld in de aanvulling. De Emittent zal na het einde van de aanbieding geen aanvullingen publiceren bij de informatienota, tenzij hiertoe een uitdrukkelijke wettelijke verplichting bestaat. Het is dus mogelijk dat zich relevante ontwikkelingen voordoen voor de belegger na de aanbiedingsperiode, waarvan deze niet spontaan door de Emittent zal worden ingelicht.  Aan toekomstgerichte verklaringen kunnen geen rechten worden ontleend. De toekomstgerichte verklaringen gaan immers gepaard met gekende en ongekende risico’s die een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de resultaten van de Emittent. Er wordt dan ook aangeraden om niet louter voort te bouwen op deze gemaakte verklaringen.

Deze informatienota is uitsluitend opgemaakt met het oog op een aanbieding van hierin beschreven beleggingsinstrumenten in België. De Emittent verricht geen aanbod van de beleggingsinstrumenten in enige andere jurisdictie dan België.

Deze informatienota vormt geen beleggings- of fiscaal advies. Desgevallend moeten de kandidaat-beleggers zelf advies inwinnen bij hun eigen adviseurs over de geschiktheid van de voorgestelde belegging, rekening houdend met hun eigen beleggingsprofiel.

Toelichting 1

Art. 20

  • 1

De functie van lid van het wettelijk bestuursorgaan, persoon belast met de effectieve leiding of verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie mag niet worden uitgeoefend door personen die werden veroordeeld:

1° tot een straf voor een misdrijf als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;

2° tot een straf wegens overtreding van:

  1. a) artikel 348 van deze wet;
  2. b) de artikelen 42 tot 45 van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten of artikel 104 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  3. c) de artikelen 31 tot 35 van de bepalingen betreffende de controle op de private spaarkassen, gecoördineerd op 23 juni 1967;
  4. d) de artikelen 13 tot 16 van de wet van 10 juni 1964 op het openbaar aantrekken van spaargelden;
  5. e) de artikelen 100 tot 112ter van Titel V van Boek I van het Wetboek van Koophandel of de artikelen 75, 76, 78, 150, 175, 176, 213 en 214 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;
  6. f) artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 41 van 15 december 1934 tot bescherming van het gespaard vermogen door reglementering van de verkoop op afbetaling van premie-effecten;
  7. g) de artikelen 18 tot 23 van het koninklijk besluit nr. 43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen;
  8. h) de artikelen 200 tot 209 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935;
  9. i) de artikelen 67 tot 72 van het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen, artikel 34 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet of de artikelen XV.87, 3°, XV.90, 18° en 19°, XV.91, XV.126 en XV.126/1 van Boek XV van het Wetboek van Economisch Recht;
  10. j) de artikelen 4 en 5 van het koninklijk besluit nr. 71 van 30 november 1939 betreffende het leuren met roerende waarden en demarchage met roerende waarden en goederen of eetwaren;
  11. k) artikel 31 van het koninklijk besluit nr. 72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel;
  12. l) artikel 29 van de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering, artikel 101 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet of de artikelen XV.87, 2°, XV.90, 1° tot 16°, XV.91, XV.126 en XV.126/1 van Boek XV van het Wetboek van Economisch Recht;
  13. m) artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen;
  14. n) 1[de artikelen 83 en 87 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;]1
  15. o) de artikelen 11, 15, § 4 en 18 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;
  16. p) artikel 139 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
  17. q) artikel 15 van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
  18. r) de artikelen 148 en 149 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;

r/1) 2[artikel 107 van de wet van 25 oktober 2016;]2

  1. s) de artikelen 345 tot 349, 387 tot 389, 433, 434, 647 tot 653, 773, 788, 872, 873, 946 en 948 van het Wetboek van Vennootschappen;
  2. t) de artikelen 38 tot 43 van de wet van 2 augustus 2002;
  3. u) artikel 25 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten;
  4. v) de artikelen 286 tot 292 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, voor wat betreft de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  5. w) artikel 14 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van effecten aan toonder;
  6. x) de artikelen 151 tot 153 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  7. y) artikel 69 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
  8. z) artikel 21 van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;

z/1) artikel 38 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;

z/2) artikel 26 van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;

z/3) artikel 75 van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf;

z/4) de artikelen 368 tot 375 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;

z/5 1[artikel 605 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;]1

3[…]

4° door een buitenlandse 3[…] rechtbank 3[…]voor soortgelijke misdrijven 3[…] als die bedoeld in 3[1° en 2°]3.

De Koning kan de bepalingen van deze paragraaf aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen.

  • 2 De in paragraaf 1 bedoelde verbodsbepalingen gelden voor een termijn
  1. a) van twintig jaar ingeval de gevangenisstraf meer dan twaalf maanden bedraagt;
  2. b) van tien jaar voor de overige gevangenisstraffen of geldboetes, alsook in geval van een veroordeling met uitstel.

[1]       Art. 13 Prospectuswet

  • 1 Wanneer de uitgevende instelling een commissaris diende aan te stellen tijdens de boekjaren waarvan de jaarrekeningen in de informatienota moeten worden opgenomen, wordt bij die jaarrekeningen telkens het verslag van de commissaris gevoegd.
  • 2 Wanneer de uitgevende instelling tijdens de betrokken boek-ja(a)r(en) geen commissaris diende aan te stellen,

1° deze jaarrekeningen moeten aan een onafhankelijke toetsing door een bedrijfsrevisor worden onderworpen of een vermelding door een bedrijfsrevisor bevatten dat zij, voor de doeleinden van de informatienota een getrouw beeld geven conform de in België geldende auditnormen; of

2     de informatienota moet de volgende vermelding bevatten: “Deze jaarrekeningen zijn niet geauditeerd door een commissaris en evenmin aan een onafhankelijke externe toetsing onderworpen.”.

Deze informatienota vormt geen beleggings- of fiscaal advies. Desgevallend moeten de kandidaat-beleggers zelf advies inwinnen bij hun eigen adviseurs over de geschiktheid van de voorgestelde belegging, rekening houdend met hun eigen beleggingsprofiel.

Toelichting 1

Art. 20

  • 1

De functie van lid van het wettelijk bestuursorgaan, persoon belast met de effectieve leiding of verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie mag niet worden uitgeoefend door personen die werden veroordeeld:

1° tot een straf voor een misdrijf als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;

2° tot een straf wegens overtreding van:

  1. a) artikel 348 van deze wet;
  2. b) de artikelen 42 tot 45 van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten of artikel 104 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  3. c) de artikelen 31 tot 35 van de bepalingen betreffende de controle op de private spaarkassen, gecoördineerd op 23 juni 1967;
  4. d) de artikelen 13 tot 16 van de wet van 10 juni 1964 op het openbaar aantrekken van spaargelden;
  5. e) de artikelen 100 tot 112ter van Titel V van Boek I van het Wetboek van Koophandel of de artikelen 75, 76, 78, 150, 175, 176, 213 en 214 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;
  6. f) artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 41 van 15 december 1934 tot bescherming van het gespaard vermogen door reglementering van de verkoop op afbetaling van premie-effecten;
  7. g) de artikelen 18 tot 23 van het koninklijk besluit nr. 43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen;
  8. h) de artikelen 200 tot 209 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935;
  9. i) de artikelen 67 tot 72 van het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen, artikel 34 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet of de artikelen XV.87, 3°, XV.90, 18° en 19°, XV.91, XV.126 en XV.126/1 van Boek XV van het Wetboek van Economisch Recht;
  10. j) de artikelen 4 en 5 van het koninklijk besluit nr. 71 van 30 november 1939 betreffende het leuren met roerende waarden en demarchage met roerende waarden en goederen of eetwaren;
  11. k) artikel 31 van het koninklijk besluit nr. 72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel;
  12. l) artikel 29 van de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering, artikel 101 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet of de artikelen XV.87, 2°, XV.90, 1° tot 16°, XV.91, XV.126 en XV.126/1 van Boek XV van het Wetboek van Economisch Recht;
  13. m) artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen;
  14. n) 1[de artikelen 83 en 87 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;]1
  15. o) de artikelen 11, 15, § 4 en 18 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;
  16. p) artikel 139 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
  17. q) artikel 15 van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
  18. r) de artikelen 148 en 149 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;

r/1) 2[artikel 107 van de wet van 25 oktober 2016;]2

  1. s) de artikelen 345 tot 349, 387 tot 389, 433, 434, 647 tot 653, 773, 788, 872, 873, 946 en 948 van het Wetboek van Vennootschappen;
  2. t) de artikelen 38 tot 43 van de wet van 2 augustus 2002;
  3. u) artikel 25 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten;
  4. v) de artikelen 286 tot 292 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, voor wat betreft de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  5. w) artikel 14 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van effecten aan toonder;
  6. x) de artikelen 151 tot 153 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  7. y) artikel 69 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
  8. z) artikel 21 van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;

z/1) artikel 38 van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen;

z/2) artikel 26 van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;

z/3) artikel 75 van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf;

z/4) de artikelen 368 tot 375 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;

z/5 1[artikel 605 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;]1

3[…]

4° door een buitenlandse 3[…] rechtbank 3[…]voor soortgelijke misdrijven 3[…] als die bedoeld in 3[1° en 2°]3.

De Koning kan de bepalingen van deze paragraaf aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen.

  • 2 De in paragraaf 1 bedoelde verbodsbepalingen gelden voor een termijn
  1. a) van twintig jaar ingeval de gevangenisstraf meer dan twaalf maanden bedraagt;
  2. b) van tien jaar voor de overige gevangenisstraffen of geldboetes, alsook in geval van een veroordeling met uitstel.